Vluchtelingen helpen taalwetenschappers


duits

Hoe leer je het beste een vreemde taal? Die vraag gaan taalwetenschappers proberen te beantwoorden met hulp van vluchtelingen. Onderzoekers van het Duitse Max-Planck-Institut für Kognitions- und Neurowissenschaften hebben een groep Syrische en Irakese vluchtelingen in verschillende groepen gedeeld. Allemaal gaan ze op een andere manier Duits leren. De wetenschappers zullen hun vorderingen volgen.

Zo gaan sommige leerlingen les krijgen die de nadruk legt op zinsbouw, terwijl anderen diep in de grammatica duiken. Weer anderen gaan zich intensiever bezig houden met de betekenis van woorden. Dat komt overeen met de klassieke aandachtspunten voor iedereen die zich met het leren van een vreemde taal bezig houdt.

De leerlingen zullen niet alleen constant aan tests worden onderworpen, ze nemen ook af en toe plaats onder de hersenscanner, om te zien of hun grijze massa verandert door naamvallen, geslachten en umlautverschuivingen. Zo moet beter inzichtelijk worden wat er gebeurt in het hoofd van iemand die een onbekende taal leert. De vluchtelingen zijn daarvoor het ideale testmateriaal, aangezien ze geen eerdere blootstelling aan de taal hebben gehad.

Het project loopt voorlopig een half jaar, waarin de leerlingen vijf uur per dag les zullen krijgen. Maar ook in de jaren daarna zullen de wetenschappers de vluchtelingen blijven volgen om te zien hoe ze zich taalkundig verder ontwikkelen. Op grond van die inzichten zullen andere nieuwkomers een betere cursus aangeboden krijgen.