Nieuws

Vliegen op zonne-energie


Europese wetenschappers hebben een doorbraak bereikt bij het maken van vliegtuigbrandstof uit vernieuwbare bronnen. Het is ze gelukt kerosine te maken uit weinig meer dan zonlicht, water en kooldioxide. Bestaande vliegtuigmotoren zouden hiermee kunnen worden aangedreven, zo is bekend gemaakt in Brussel door innovatiecommissaris Maire Geoghegan-Quinn.

Het procedé is voornamelijk ontwikkeld aan de ETH universiteit in Zürich (Zwitserland, geen EU-lidstaat). Centraal daarin staat de Hochtemperatur-Solarreaktor, een uitvinding die zonlicht met hulp van kooldioxide om kan zetten in in synthesegas, waterstof in gasvorm. Aangezien vliegtuigen niet op gas vliegen maar op kerosine, is dat nog niet genoeg.

Het synthesegas is nu met hulp van het Fischer–Tropsch proces omgezet in een brandbare vloeistof die als twee druppels lijkt op kerosine. Dat proces is al voor de oorlog in Duitsland ontwikkeld om uit steenkool benzine te maken. Het werkt dus ook met synthesegas.

Het procedé is nu nog veel te duur. Het project om een brandstof uit zonne-energie te maken loopt al sinds 2011 en heeft sindsdien 2,2 miljoen euro gekost. Dat leverde maar een paar bekers kerosine op. Bovendien is nog geen echt zonlicht gebruikt, maar geconcentreerd kunstlicht.

De onderzoekers gaan nu proberen om het experiment de volgende fase in te laten gaan: echt zonlicht en grotere hoeveelheden kerosine tegen commerciële prijzen. Lukt dat, dan is vliegen in één klap groen geworden.