Nieuws

Vierjarigen moeten dikkerds niet


Kinderen die naar de kleuterschool gaan, hebben al vooroordelen tegen dikke mensen. Ze gaan er van uit dat die dommer zijn en niet zo snel.

Aan de University of Leeds (GB) maakten onderzoekers kinderboeken in verschillende versies. Er was steeds sprake van twee hoofdpersonen, de jongens Alfie en Thomas en de meisjes Alfina en Holly. Thomas en Holly bleven constant hetzelfde, maar Alfie en Alfina kregen steeds een ander uiterlijk. Zo was er een slanke Alfie, een dikke Alfie en een Alfie in een rolstoel (zie afbeelding). Voor zijn vrouwelijke collega gold hetzelfde.

De kinderen werd een verhaal voorgelezen met daarin de twee hoofdpersonen. Verschillende groepen kinderen kregen verschillende varianten te zien van Alfie en Alfina. Vervolgens moesten ze vragen beantwoorden over deze twee karakters.

De kinderen namen onmiddellijk aan dat rolstoel en dikke Alfie/Alfina niet zo snel waren bij een wedstrijdje rennen. Dat lijkt niet onredelijk. Maar ze gingen er ook van uit dat dikke Alfie/Alfina niet zo goed mee konden komen op school en dat ze minder vrienden zouden hebben. Ook zouden ze minder snel worden uitgenodigd op feestjes. De vooroordelen waren bij meisjes en jongens en bij beide karakters even sterk.

Dezelfde vooroordelen, maar veel minder sterk, leefden ten opzichte van de rolstoel varianten van Alfie en Alfina.

Volgens de onderzoekers hebben kinderen tussen 4 en 6 (die groep werd onderzocht) al duidelijke signalen opgepikt dat dik zijn iets zegt over het karakter van een persoon. Ze beslissen dat deze mensen minder geschikt zijn om mee bevriend te raken.