Verwijderen blindedarm helpt tegen Parkinson


operatie blindedarm Parkinson

Een opmerkelijke studie uit Zweden. Mensen bij wie de blindedarm is verwijderd, krijgen later minder snel de ziekte van Parkinson. Dat zou er voor pleiten om de operatie misschien standaard uit te voeren bij mensen die een genetische aanleg hebben voor de ziekte, zo’n 5 tot 10 procent van het totaal aantal gevallen.

De ziekte van Parkinson tast het centraal zenuwstelsel aan waardoor zenuwcellen langzaam afsterven. Dit leidt tot moeizamere bewegingen, trillen en minder kracht. Later in het leven van Parkinson dementie veroorzaken. De ziekte is degeneratief, dat wil zeggen dat de symptomen steeds erger worden.

Er werd al langer vermoed dat de ingewanden een rol spelen bij de ziekte van Parkinson. In de darmen van mensen die deze ziekte hebben wordt alfa-synucleïne gevonden, een eiwit dat zich ook in de hersens van deze mensen ophoopt en een rol speelt bij de ontwikkeling van de stoornis. Vooral in de blinde darm kunnen deze eiwitten zich ophopen. Haal die weg en je hebt minder kans op de ziekte.

Voor deze studie werden de gezondheidsgegevens van 1,6 miljoen Zweden geanalyseerd. Het land doet een aantal langetermijnstudies naar de gezondheid van de eigen inwoners. Daaruit zijn al eerdere ontdekkingen uit voortgekomen. In dit geval viel op dat een blindedarmoperatie leidt tot minder kans op Parkinson later in het leven. Het risico daalt met 20 procent zagen de onderzoekers.

Hoe het precies werkt, weten de onderzoekers niet. Ze vermoeden dat zich in de blindedarm gifstoffen uit bijvoorbeeld bestrijdingsmiddelen kunnen ophopen. Parkinson komt op het platteland meer voor dan in andere gebieden omdat daar meer met dit gif wordt gewerkt. Het meeste effect hadden dan ook blindedarmoperaties in landelijke gebieden.