Varkens profiteren van kernramp


fukushima

Een zone van 20 kilometer breedte rond de geëxplodeerde kerncentrale van Fukushima in Japan is sinds de ramp in 2011 onbewoond. Er is te veel radioactieve straling, mensen zouden ziek worden. In die zone voltrekt zich momenteel een klein biologisch wonder: de dierenpopulaties nemen razendsnel toe. Vooral wilde varkens hebben zich de ontruimde zone toegeëigend.

Dat schrijft de Japanse krant Nikkei op basis van bronnen binnen de universiteit van Fukushima. In het gebied zijn zelfs beren gezien. De populatie van veel diersoorten ligt vier tot vijf keer hoger dan in gebieden waar nog wel mensen wonen. Volgens de krant komt dat door de makkelijke verkrijgbaarheid van voedsel in het gebied. Daar concurreren de dieren normaal met mensen, nu hebben ze vrij spel.

De explosie van wilde dieren is geen nieuw fenomeen. Ook na de kernramp bij Chernobyl in 1986 werd een evacuatiezone ingericht rond de atoomcentrale. Daar vond een spectaculaire toename plaats van rendieren, herten, reeën, wilde zwijnen en wolven, zo schreven biologen in 2015 in het vakblad Current Biology. Het aantal ligt daar inmiddels vier keer zo hoog als in vergelijkbare gebieden waar nog wel mensen wonen.

Schijnbaar is een atoomramp het beste dat dieren kan overkomen. Bij de ramp in Chernobyl kwamen weliswaar duizenden dieren om (hoofdzakelijk koeien en paarden) en kwamen duizenden anderen misvormd ter wereld, toch lijkt de natuur zich opmerkelijk snel te herstellen en vooral voordeel te hebben van de afwezigheid van mensen. Of de straling ze ziek maakt, is niet onderzocht.