Nieuws

Van ledemaat naar lid


Soms snijden zegswijzen hout. Neem ‘het derde been’ als synoniem voor de menselijke penis. Nu blijkt dat het uitwendige geslachtsorgaan van de man en zijn ledematen dezelfde herkomst delen, zo hebben onderzoekers van Harvard Medical School van Genetics ontdekt.

Bij hagedissen ontstaan de uitwendige geslachtsorganen uit hetzelfde weefsel als waaruit hun achterpoten zijn ontstaan. Bij slangen gaat het om de overblijfselen van verdwenen ledematen. Op de plek waar deze dieren ooit in de evolutie poten hadden, hebben ze nu twee penissen (die ze overigens niet tegelijk gebruiken).

Bij zoogdieren worden ze gemaakt van staartbeenweefsel, het achtereinde van de dieren. In geval van de mens is het staartbeen een rudimentair overblijfsel van een voorouderlijke staart.

Reptielen en zoogdieren hebben verder weinig met elkaar gemeen, maar op het vlak van penissen is dat wel het geval. Om tot deze ontdekking te komen hebben de onderzoekers embryo’s van dieren bestudeerd. Het blijkt dat de embryonale cloaca (weefsel dat zich later ontwikkelt tot urinewegen en darmstelsel) naburige cellen aanzet tot het vormen van uitwendige geslachtsorganen. De plaats van de cloaca bepaalt welk weefsel het eerst het signaal ontvangt en dus aan de slag gaat.

Bij reptielen zit de cloaca dicht bij de achterste ledematen. De cloaca van zoogdieren zit weer dichter bij het staartbeen. Vandaar dat de zegswijze ‘derde been’ toch niet helemaal klopt. Misschien dat we voortaan beter ‘staart’ kunnen zeggen. Het onderzoek is gepubliceerd in vaktijdschrift Nature.