Toen Europa helemaal leeg was


ijstijd2

Tijdens de laatste grote ijstijd waren de omstandigheden in Europa bar en boos. Wat deed de mens in die tijd, blijven of vertrekken? Het antwoord is dat dat ze begonnen aan een lange trek en niet meer stopten tot ze ver weg waren van de gletsjers die zich uitstrekten tot midden in Europa.

Dat hebben onderzoekers van het Max-Planck-Institut für Menschheitsgeschichte in Duitsland uitgezocht. Ze bekeken daartoe skeletten van mensen die tussen 35.000 en 7.000 jaar geleden in Europa stierven. Die skeletten zijn gevonden in onder andere Tsjechië en Frankrijk. Uit de botten wisten de Duitsers genetisch materiaal te halen, dat ze vergeleken met het DNA van moderne Europeanen.

De ‘oude’ Europeanen hadden een gen in zich met de naam Haplotyp M. Dat gen ontbreekt totaal bij moderne Europeanen, maar komt wel voor bij oervolkeren in Azië en Australië. Schijnbaar zijn de mensen die Europa ontvluchtten richting het zuidoosten getrokken en in sommige gevallen pas opgehouden toen ze niet verder konden.

Daarmee is de geschiedenis van de bevolking van Europa een stuk completer geworden. De mens kwam zo’n 65.000 jaar geleden uit Afrika en vertrok grotendeels weer rond 35.000 jaar geleden. Pas na de laatste ijstijd kwamen mensen weer terug, vooral uit het Midden-Oosten. De paar dragers van het Haplotyp M waren met te weinig om dit gen door te geven, zodat het verloren ging.

Het interessante is dat het gen ook vandaag de dag nog te vinden is bij de oorspronkelijke bevolking van het Amerikaanse continent. Nazaten van de klimaatvluchtelingen gingen trokken 15.000 jaar geleden over de Beringzee van Azië naar Alaska. En waarom was dat mogelijk? Omdat de zee bevroren was door dezelfde ijstijd die mensen uit Europa had verjaagd.