Nieuws

Superaardbeving die niemand voelde


De datum 24 mei 2013 staat niet in de geschiedenisboeken als een bijzondere dag. Toch is er toen, door vrijwel iedereen onopgemerkt, iets bijzonders gebeurd. Diep onder de zee tussen Siberië en Japan vonden twee aardbevingen plaats. De eerste met een kracht van 8,3, de tweede met een kracht van 6,7. Wat beide aardbevingen bijzonder maakt, is dat ze gebeurden op een diepte waar dat normaal niet voorkomt.

Geologen hebben nu vastgesteld dat het epicentrum van de aardbeving op 640 kilometer diepte lag. Daar is de aarde al zo vloeibaar, dat er normaal geen aardbevingen plaats vinden. Steen breekt niet, het buigt. Wat de beving nog spectaculairder maakt, is hoe lang het duurde. Slechts een fractie van een seconde trilde de aarde. Vooral de tweede aardbeving was snel, geologen van de University of California hebben uitgerekend dat er een scheur in de ondergrond ontstond met 28.800 kilometer per uur.

Lang dachten geologen dat aardbevingen niet sneller konden gaan dan 10.000 kilometer per uur. Maar de laatste paar jaren zijn snellere bevingen geobserveerd. Maar nog nooit eentje die bijna 30.000 kilometer in het uur op de klok zette.

De geologen die dit fenomeen hebben bestudeerd, denken dat er grote krachten stonden op een bestaande scheur in de onderbodem. Door die krachten werd het steen rond de scheur erg vloeibaar. Daardoor konden twee aardplaten binnen recordtijd ten opzichte van elkaar verschuiven. Dat verklaart de snelheid en de kracht die is vrijgekomen, schrijven ze in het vakblad Science.