Nieuws

Stressgevoeligheid is aangeboren


We maken allemaal soms nare dingen mee. Hoe we daarop reageren is voor een groot deel aangeboren. Sommige mensen worden er sterker door, anderen kunnen compleet onderdoor gaan aan stress. Welke van de twee scenario’s zich ontvouwt, ligt aan welke genen we in ons lijf hebben, zeggen onderzoekers van de MedUni Wien (Oostenrijk).

Verantwoordelijk voor het omgaan met heftige emoties is een deel van de hersens dat de hippocampus wordt genoemd. De omvang van dit hersenonderdeel kan wisselen. Van heftig depressieve patiënten is al bekend dat zij een duidelijk kleinere hippocampus krijgen. Bij andere mensen groeit dit deel na bepaalde gebeurtenissen. Die laatste soort mensen gaat beter met stress en trauma om.

Of de hippocampus groeit of krimpt wordt bepaald door genen en in geringere mate omgevingsfactoren. Met een MRA-scanner en genetisch onderzoek hebben de Oostenrijkers aangetoond dat er drie genen zijn die mensen gevoeliger maken voor stress. Na een ‘levensgebeurtenis’ (overlijden in de familie, verlies van een baan, financiële moeilijkheden) vertonen hun hersens een kleinere hippocampus. Bij mensen die deze genen niet hebben, houdt de hippocampus dezelfde omvang of hij groeit.

Daarmee is aangetoond dat stress of een trauma heel verschillend kan uitwerken op mensen. Sommigen worden er sterker door, anderen verpieteren – allemaal door de aan- of afwezigheid van drie genen.