Storm op een ster


W1906+40

Op een bruine dwergster hebben astronomen voor de eerste keer een enorme cycloon ontdekt. De stormwolk in de bovenste lagen van de atmosfeer rond de ster is drie keer zo groot als de aarde en bestaat waarschijnlijk uit kristallen. Hoewel dit onmogelijk is met hetere sterren zoals onze zon, lijken dergelijke wervelingen vaker voor te komen op koelere dwergsterren.

Bij onze zon is het geen vraag: die is veel te warm om wolken in de atmosfeer te hebben. In plaats daarvan bestaat het oppervlak uit kokende plasma. Dit is anders met zogenoemde bruine dwergen, omdat ze te klein zijn om in hun interieur kernfusie op gang te houden. De atmosfeer is dan ook koel genoeg om wolken te vormen – een in 2014 ontdekte bruine dwerg heeft zelfs ijswolken.

De nu ontdekt dwerg W 1906 + 40 is ongeveer even groot als de gasreus Jupiter, maar lijkt voldoende massa in zich te hebben om een nucleaire fusie in stand te houden. De oppervlaktetemperatuur van de dwerg is bijna 2.000 graden Celsius, dat is koel voor een ster, maar heet voor een bruine dwerg.

Bij temperaturen onder ongeveer 2225 graden Celsius kunnen mineralen uit sterren condenseren. Dit is blijkbaar ook het geval bij W1906 + 40. Dat betekent dat de ster een dichte atmosfeer uit kristallen heeft. Daarin treden allerlei wervelingen op. Eentje daarvan is gigantisch, ongeveer zo groot als de roemruchte ‘rode vlek’ op Jupiter. Hij is zelfs zo groot, dat astronomen het geval op 56 lichtjaren goed kunnen bestuderen. Met de Kepler ruimtetelescoop keken onderzoekers van de University of Delaware (VS) naar de ster en ontdekten voor het eerst een storm op een ster.