Nieuws

Stokstaartjes socialer door hormooninjectie


Na een simpele injectie met ´knuffelhormoon´ oxytocine sloven stokstaartjes zich nog meer uit voor de groep.

Het hormoon oxytocine stimuleert bij de mens geboorteweeën maar ook het op de borst toeschieten van zogende baby´s. Van dieren is bekend dat het een centrale rol speelt bij de binding tussen partners. De hechte paarband van prairie-spitsmuizen -waarvan het mannetje en vrouwtje paren voor het leven en elkaar continu liefkozen- blijkt te danken aan oxytocine. Word de aanmaak van de stof geblokkeerd, dan zijn de dieren alleen maar geïnteresseerd in vluchtige paringen met willekeurige partners. Precies zoals een nauw verwante zustersoort, de seksueel losbandige berg-spitsmuis, met van nature lage oxytocine-spiegels.

Op wacht staande stokstaartjes

Uit een nieuw studie blijkt nu dat oxytocine effect heeft op het sociale gedrag van meer dan alleen partners. Stokstaartjes, de bekende in groepen levende Zuid-Afrikaanse roofdieren, leven in groepen van tot vijftig leden. Een dominant paar krijgt de meeste kinderen, de andere groepsleden helpen met het bewaken van de ondergrondse nesten, voor de jongen zorgen, ondergrondse gangenstelsels verder uitgraven en roofdieren wegjagen.
Gedragsonderzoekers Joah Madden en Tim Clutton-Brock van de universiteit van Exeter, V.K., injecteerden in het wild levende stokstaartjes ´blind´ met een oplossing van oxytocine, dan wel een zoutoplossing. De injecties, in spierweefsel, stoorden de dieren niet meer dan een insectenbeet. Vervolgens werd het gedrag van de stokstaarten dertig minuten geobserveerd. Oxytocine, zo bleek, veroorzaakte een verbluffende gedragsverandering. Dieren die het hormoon kregen gingen significant meer het nest bewaken, gangen graven, de jongen voeren en ook bewaken. Ook waren zij significant minder agressief dan de dieren die alleen zout kregen.

Kennelijk stuurt oxytocine bij stokstaarten ook het sociale gedrag tussen niet-partners, concluderen de onderzoekers. Goed voor de overlevingskansen van de groep. Een aanwijzing waarom stokstaarten -of andere dieren- niet veel meer oxytocine produceren, leek te liggen in de waarneming dat de oxytocine-dieren significant minder tijd besteedden aan voedselzoeken en ook minder aten – slecht voor het individu.

Bron: Proceedings Royal Society, 22 april 2011; Beeld: Dreamstime