Sprookjes uit de bronstijd


gebroeders Grimm

Lang voordat verhalen werden opgeschreven, vertelden mensen elkaar al verhalen en fabels. Met behulp van statistische methoden zijn onderzoekers nu in staat om te zien hoe oud de wortels van Sneeuwwitje en andere sprookjes zijn.

Veel sprookjes zijn pas rond 1812 opgeschreven, toen de gebroeders Grimm (afbeelding) langs de deuren gingen om de volksvertellingen te noteren. De broers vermoedden al dat de verhalen overblijfselen waren van een oude Indo-Europese traditie, die zich uitstrekte van Scandinaviƫ tot Zuid-Aziƫ. Ze waren er ook van overtuigd dat sommige van de verhalen duizenden jaren oud moesten zijn. Ze konden het alleen niet bewijzen.

Om de ontwikkeling van volksverhalen te reconstrueren, ontwikkelden Finse onderzoekers al einde 19e eeuw de geo-historische methode voor systematische analyse. Zo ontstond de meest uitgebreide systematische registratie van alle volksverhalen, de zogenaamde Aarne-Thompson-Uther Index (ATU). Die index wordt tot de dag van vandaag bijgewerkt en bevat meer dan 2000 soorten verhalen, verdeeld over 300 verschillende culturen.

Door na te gaan in welke taal welke varianten op sprookjes voorkomen, is het mogelijk een analyse te maken hoe deze sprookjes zich hebben verspreid over de wereld. Sterker nog, je kunt daardoor ‘terug gaan’ in de tijd en zo ontdekken hoe oud ze ongeveer zijn. Dat is exact was onderzoekers van de New University of Lisbon (Portugal) hebben gedaan.

Ze konden een stamboom maken van de meest voorkomende vertellingen. Ze ontdekten dat de meeste vertellingen duizenden jaren oud zijn. Van eentje konden ze de oorsprong zelfs dateren in de bronstijd (3000 tot 800 voor Christus). Het gaat om ‘De smid die niet wilde sterven’, ook wel bekend als de smid en de duivel. Dit sprookje werd (en wordt misschien) ook in Nederland verteld. Het verhaal over een smid ontstaat niet toevallig in een tijd dat het vak net ontstaat en smeden worden gezien als technisch zeer vaardig en slim.

Het onderzoek staat in het vakblad Royal Society Open Science.