Nieuws

Smog eeuwenoud probleem


De Chinese hoofdstad Beijing stikt in een dikke laag smog: luchtverontreiniging die boven een stad blijft hangen. Is dat een nieuwe fenomeen? Nee, al in 1306 vaardigde de Britse koning Edward I een wet uit die Londenaren verbood om met kolen te stoken. De Britse hoofdstad had zulke vieze lucht dat mensen bij bosjes omvielen. Doordat de rook van de kolen zich vermengde met de beruchte Engelse mist, ontstond een bruine wolk op straatniveau. Pea-soup, erwtensoep, noemde de Britten dat.

De Franse schilder Monet schilderde de Londense smog van de 19e eeuw.

Pas echt erg werd het in de negentiende en twintigste eeuw. De Londense snert speelt een grote rol in de boeken van Dickens en Arthur Conan Doyle (Sherlock Holmes). Er zijn historici die geloven dat de Londense seriemoordenaar Jack the Ripper gebruik maakte van de smog om weg te komen na zijn moorden. Het dieptepunt werd bereikt in 1952, toen in Londen de lucht zo vervuild raakte dat in vier dagen 4000 mensen stierven.

Tegenwoordig is smog in Europa niet zo’n groot probleem meer. Hoofdzakelijk vanwege de betere kwaliteit van brandstoffen en de roetfilters op vrachtwagens en fabrieken. Tegenwoordig zijn het vooral steden in opkomende economieën waar smog een probleem is. Daaronder Mexico Stad, Bangkok, Jakarta en Beijing. Ook steden met relatief veel auto’s en slechte benzine als Teheran zijn vaak in smog gehuld.

Schattingen over het aantal doden dat wordt veroorzaakt door smog lopen in de duizenden mensen per week per stad. Één dag met veel smog in New York zorgde in 1966 voor 169 doden. De verwachting is dat de smog in Beijing vele malen erger is en meer slachtoffers zal eisen.