Scholier doodgegooid met slavernij


slavernij Arabieren

Lesmethoden over geschiedenis in het voortgezet onderwijs besteden heel veel aandacht aan slavernij en kolonialisme. Dat concludeert het Historisch Nieuwsblad op basis van eigen onderzoek. Aan het slavernijverleden – in Nederland tot 1863 – wordt zelfs twee keer zo veel ruimte gegeven als aan de Holocaust – tot 1945.

De laatste jaren klinkt er veel kritiek op het geschiedenisonderwijs. Schoolboeken zouden te wit, te mannelijk en nationalistisch zijn. De VN-rapporteur voor racisme en xenofobie, Tendayi Achiume, zei tijdens haar bezoek aan Den Haag in oktober 2019 dat Nederlandse jongeren te weinig leren over het koloniale en slavernijverleden.

Dat is onzin, ontdekte het Historisch Nieuwsblad. In de onderzochte methodes is veel ruimte voor actuele kwesties, zoals racisme en compensatie voor historisch leed. Soms gaat het over de Holocaust, maar vaker over slavernij en kolonialisme. De verhouding tussen het aantal vrouwelijke en mannelijke personages in de schoolboeken is 1: 10.

Minder dan een kwart van de lesstof gaat over Nederland. Geen van de methodes vertelt een overwegend nationaal georiënteerd verhaal. De meeste ruimte – 36 procent – is gewijd aan West-Europa. De overige 41 procent is verdeeld over de rest van de wereld. Turkije en het Midden-Oosten krijgen relatief veel aandacht. De meeste methodes staan stil bij de opkomst van de islam, de Arabische wetenschap in de Middeleeuwen, en het Israëlisch-Palestijnse conflict.

De meeste schoolboeken deugen, concludeert het HN dan ook. De meeste geschiedenismethodes zitten goed in elkaar en zijn bij de tijd.