Nieuws

Rijst zorgt voor rust


Volkeren hebben zeer verschillende culturen. In het ene land wonen heethoofden, in het andere is een opgetrokken wenkbrauw al te veel emotie. Hoe komt dat? Een nieuwe theorie zegt dat het veel te maken kan hebben met de manier waarop we voedsel verbouwen. Deze rijst-tarwe theorie werd getest in China en bleek verschillen daar goed te kunnen verklaren.

Wie rijst verbouwt, kan dat niet alleen doen. Het aanplanten en oogsten is arbeidsintensief. Families hebben hulp van buren nodig om de klus te klaren. Er is bovendien veel water voor nodig, dat alleen via een ingewikkeld irrigatiesysteem op de velden kan komen. Als bij één familie te veel water wordt gebruikt, mislukt bij de buren de oogst. Ook dat bevordert samenwerking.

Tarwe is veel makkelijker te verbouwen. Je hebt er alleen regen voor nodig en de oogst kan makkelijk door één familie worden gedaan, de opbrengst per boer is relatief hoog. Tarweboeren kunnen zich dus veroorloven om niet samen te werken.

Zouden die verschillen in China, een land waar in het zuiden vooral rijst wordt aangeplant en in het noorden tarwe, zichtbaar zijn binnen de bevolking? Chinese en Amerikaanse onderzoekers reisden het land door met vragenlijsten over collectivisme, samenwerking, individualisme, gemeenschapszin en een hele reeks andere culturele elementen. Het bleek dat de antwoorden sterk afhankelijk waren van welk gebied ze bezochten.

In rijstgebieden waren de mensen collectivistischer, ze maakten minder ruzie en hadden beter contact met anderen in de gemeenschap. In tarwegebieden waren de mensen individualistischer en lag er meer nadruk op vrijheid en zelfontplooiing.

Zelfs mensen die geen landbouwer waren, deden mee met de cultuur van de streek. Hoe voedsel wordt verbouwd heeft grote invloed op de cultuur, schrijven de onderzoekers in het vakblad Science. Ze denken zelfs op deze manier de grote culturele verschillen tussen Azië en het westen te kunnen verklaren.