Religie maakt kind asocialer


dreamstime_xs_31919845

Kinderen uit religieuze families handelen minder onbaatzuchtige dan atheïstisch opgevoede kinderen. Dat blijkt uit een experiment met kinderen van verschillende culturele achtergronden. Spruiten van christelijke en islamitische families deelden minder dan ongelovige kinderen, maar wilden tegelijk anti-sociale acties van anderen harder straffen. Hoe strenger religieus een familie was, hoe meer uitgesproken dit gedrag zich manifesteert, zeggen onderzoekers in het tijdschrift Current Biology.

Religie wordt beschouwd als een belangrijke leidraad voor het morele en het sociale gedrag. Maar werkt dat ook zo? Voor deze studie werd een spel gedaan met meer dan 1100 kinderen van vijf tot twaalf jaar oud in zes landen: Canada, de Verenigde Staten, Jordanië, Turkije, Zuid-Afrika en China. Meer dan 40 procent van de kleine deelnemers kwam uit islamitische families, bijna 25 procent was christelijk en ongeveer 27 procent was afkomstig uit een atheïstisch nest. Joden, Hindoes en Boeddhisten hadden veel kleinere aandelen.

In de eerste test moesten de kinderen beslissen hoeveel stikkers ze wilden delen met een hen onbekende kind van dezelfde etnische en religieuze achtergronden. In een tweede experiment keken de kinderen naar een korte film waarin een acteur iemand omver duwde. Zij moesten beslissen hoe stout deze actie is en hoe streng de dader gestraft moest worden.

Het verrassende resultaat: de meest genereuze kinderen waren niet religieus, maar kwamen uit atheïstische gezinnen. Kinderen uit christelijke of islamitische families wilden veel minder delen, hoe strenger ze in de leer waren, hoe spaarzamer ze werden met de stikkers. Aangezien het delen gebeurde met een kind uit dezelfde culturele en religieuze achtergrond, kan dat niet worden verklaard door een terughoudendheid tegenover andere geloven.

Ook bij de beoordeling van de gedrag van anderen, waren er belangrijke verschillen. Religieus opgevoede kinderen vonden de agressor in de videoclip gemener en slechter dan hun leeftijdgenoten uit niet-religieuze families. Vooral islamitische kinderen vonden dat hij in aanmerking kwam voor een aanzienlijk strengere bestraffing. Volgens de onderzoekers duidt dat op een grotere intolerantie tegenover anderen. Hun studie toont aan dat religie en moraal niet synoniem zijn – integendeel.