Nieuws

Religie is een kwestie van caloriëen


Mensen zijn pas geloof gaan bedenken nadat ze het comfortabel genoeg hadden om zich met andere zaken bezig te gaan houden. Met die opmerkelijke stelling komt psycholoog Nicholas Baumard van de École Normale Supérieure in Parijs (Frankrijk). Hij analyseerde de ontstaansgeschiedenis van grote geloven uit Azië en Europa en kwam tot de ontdekking dat deze in hun oervorm allemaal tussen 800 en 200 voor Christus zijn ontstaan.

Dat is een tijd dat veel volkeren een enorme technologische ontwikkeling doormaakten. Dat leidde tot een grote sprong in welstand en comfort. Juist op dat moment begonnen deze volkeren allemaal geloven te ontwikkelen waarin vooral moraal een grote rol speelt.

Baumard denkt zelfs het exacte moment te kunnen bepalen dat mensen beginnen met geloven. Dat is als ze per dag 20.000 kilo-calorieën tot hun beschikking hebben. Daarbij gaat het niet alleen om voedsel, maar ook om energie voor verwarming, infrastructuur, huishouden en al die andere zaken die een rol spelen in een comfortabel leven. Schijnbaar ontstaat dan de noodzaak om over de aard van het leven na te denken.

Volgens de Fransman hebben mensen op dat punt in hun eerste levensbehoeftes voorzien en worden andere zaken belangrijker. Daaronder moraal en het vrijwillig afstand doen van een deel van dat comfort, zo schrijft hij in Current Biology.