Nieuws

Potvis sprint achter reuzeninktvis


De grootste roofdieren op aarde leveren onderwater een flinke inspanning om hun favoriete voedsel te vangen.

Potvissen, met een lichaamslengte van tot achttien meter veruit de grootste tandwalvissen en de grootste roofdieren op aarde, hebben altijd tot te verbeelding gesproken – Moby Dick, een van de indrukwekkendste romans ooit over mensen en natuur, draait om een potvis. Bekend is intussen dat de walvissen met hun typische enorme stompe kop op grote diepte in zee levende reuzeninktvissen eten, regelrechte zeemonsters van tot wel 400 kilogram.

Potvis begint een duik

De vraag was of potvissen actief achter hun prooien aan moeten zwemmen om ze te vangen, of sloom zwemmende reuzeninktvissen kunnen verrassen. Hard zwemmen op grote diepte kost naar verwachting heel veel energie, en wanneer de dieren dat zouden kunnen vermijden, zouden ze dat ook niet doen, luidde de theorie.

Nu is er een intrigerende studie van Japanse onderzoekers van onder meer de universiteit van Tokio en de Nagasaki-universiteit. Het team rustte op volle zee twaalf potvissen uit met zogeheten ´dataloggers´ waarmee zwemsnelheid, diepte en lichaamsoriëntatie van de dieren werd gemeten. De apparaten zaten met een zuignap vast op de walvissenhuid en werden vanaf een boot met een stok of kruisboog op de walvissen overgebracht.
Ruim honderdtwintig duiken van tot bijna anderhalve kilometer diep werden er geanalyseerd.

In het onderzoek gebruikte dataloggers

Het grootste gedeelte van een duik bleken potvissen met een vrij constante snelheid te zwemmen, maar beneden de 400 meter diepte werden plotse versnellingen van tot 30 kilometer per uur gemeten. Dergelijke sprints vonden meestal maar eens per duik plaats. In bijna negen van de tien duikspurts werden ook lichaamsdraaiingen van de potvis geregistreerd. Soms werd tijdens een spurt bijna een halve kilometer afstand afgelegd.

De resultaten wijzen er volgens de onderzoekers op dat potvissen behoorlijk actief moeten jagen op snel vluchtende en wendende prooien. Waarschijnlijk is de ongetwijfeld energieverslindende jachttechniek alleen lonend bij een flinke reuzeninktvis.

Bron: Kagari Aoki e.a., Marine Ecology Progress Series, januari 2012; Beeld: Flickr, SidPix.