Nieuws

Peuter helpt gemenerik niet


Drie-jarigen weten al feilloos wie wel en wie niet hun hulp verdient. Dat concluderen ontwikkelingspsychologen van het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig.

Hoewel mensen zich altruïtisch kunnen gedragen, geldt hun onbaatzuchtigheid eerder familieleden, vrienden of buren. Daar zit een simpel rekensommetje achter. Het is namelijk waarschijnlijk dat een van hen zich revancheert en de inzet zich op een bepaald moment terugbetaalt.

Tot nu toe werd gedacht dat dit voor kinderen niet geldt. Zij zouden iedereen helpen die daarom vraagt. Uit experimenten met een groep van honderd 3-jarigen blijkt echter het tegendeel.

De hulpvaardigheid nam snel af als bleek dat het om een persoon ging die anderen eerder schade had toegebracht, in dit geval het kapot maken van een tekening. Zelf als de acteurs net deden of ze dat van plan waren, had dit een negatief effect op de bereidheid van kinderen te helpen. Wanneer bij het daaropvolgende spel de kinderen een ontbrekend speelgoed moesten overhandigen, deed slechts 22 procent dit bij de ‘gemene’ acteur, tegen 66 procent bij de aardige persoon, die de tekening juist gemaakt had.

Volgens de onderzoekers blijkt uit hun studie dat kleine kinderen niet alleen het moreel gedrag van anderen aanvoelen, maar ook de bedoelingen die aan dat gedrag ten grondslag liggen. Op basis van hun reacties wordt ook aangenomen dat de peuters zelfs kunnen zeggen of de tekening opzettelijk of per ongeluk werd vernietigd.

Het onderzoek moet meer inzicht bieden in de ontwikkeling van het moraal bij kinderen.

Beeld:Ian Body|Science Photo Library