Nieuws

‘Pestprotocol’ heeft weinig zin


Er zullen maar weinig scholen zijn waar iedereen elke dag met zin heen gaat. Vrijwel alle leraren moeten er mee om kunnen gaan als kinderen elkaar pesten. Lichamelijk geweld kun je bestraffen, maar subtielere manieren van pesten, zoals iemand uitsluiten, is moeilijker te bestrijden.

Dit concludeert Dr. René Veenstra, socioloog aan de Rijksuniversiteit Groningen, in zijn onderzoek naar anti-pestprogramma’s op scholen. Van veel van deze methodes is niet bewezen of ze werken, of soms kunnen ze zelfs het tegengestelde resultaat bereiken.

Om pesten te voorkomen, moet je de sociale verhoudingen kennen.

Veenstra noemt onder andere dingen als protocollen en gedragsregels. Maar ook methodes waar wat meer tijd en moeite in zit, zoals weerbaarheidstrainingen, werken lang niet altijd. Zo’n training kan het zelfs erger maken; iemand die geleerd heeft om ‘van zich af te bijten’ kan juist nog harder aangepakt worden.

Vanwege de negatieve gevolgen die pesten op mensen hebben, zou Veenstra graag zien dat scholen zich gaan bedienen van methodes die wel bewezen effect hebben. Hij heeft zelf in Finland de zogenaamde KiVa-methode ervaren. Deze draait erom dat de leraren kennis hebben van de hele groep en de verhoudingen daarbinnen. Ook de leerlingen zelf spelen een actieve rol in het programma.

Volgens Veenstra is pesten een groepsproces. Leraren kunnen pesten veel beter bestrijden als ze zelf inzicht hebben in dit proces, als ze de verhoudingen kennen: dus wie er populair is, wie de meelopers zijn, enzovoort. Veenstra begint in 2012 met het testen van de KiVa-methode in Nederland.

Foto: Flickr