Nieuws

Eerst stikken en dan bevriezen


Doodvriezen en dan toch weer tot leven komen. Wetenschappers ontdekken hoe dat mogelijk is.

Mensen en dieren zijn in staat om extreem lage temperaturen te overleven. In Hollywood is het een peuleschil getuige de vele films waarin de held of heldin doodvriest – geen hartslag en ademhaling heeft – en na hachelijke minuten doodleuk weer de ogen opent. In de werkelijkheid ligt het iets gecompliceerder, maar het is mogelijk.

Deze wasbeer trotseert de kou op een paaltje

Deze wasbeer trotseert de kou op een paaltje

Beroemd is de bijna-doodervaring van een Canadese peuter die slechts gekleed in een luier de vrieskou buiten inliep. Toen ze werd gevonden klopte haar hart al 2 uur niet meer en was haar lichaamstemperatuur gedaald naar 16 graden Celsius. Het meisje herstelde volledig.

Met zijn onderzoek is celbioloog Mark Roth van het Amerikaanse Fred Hutchinson Cancer Research Center nu een stapje dichter bij oplossing van het raadsel. Hij ontdekte dat schimmels en aardwormen hypothermia (dodelijke kou) kunnen overleven als ze eerst in een staat van zogenoemde anoxia worden gebracht door hen zuurstof te onthouden. Hogere temperaturen en voldoende toevoer van zuurstof wekken vervolgens de meeste dieren weer tot leven. De volgorde – eerst zuurstofgebrek en dan koelen – is dus van belang.

Grotere kennis van de relatie tussen lage temperaturen en zuurstofgebrek helpt onderzoekers de bewaartijd van losse organen (voor transplantatie bijvoorbeeld) te verlengen. Ook kunnen ernstige zieke en gewonde mensen tijd winnen.

Beeld: Gerry Buckle