Overgrote deel maanstenen nooit onderzocht


maanstenen zoeken

Afgelopen vrijdag was het exact 49 jaar geleden dat de eerste mens een voet op de maan zette. Dat was ook de eerste keer dat mensen stenen van buiten hun eigen planeet mee terugbrachten naar de aarde. In de loop van de Apollo-missie is een 382 kilo aan maanstenen verzameld en naar de aarde gestuurd. De meeste van die stenen liggen sinds die tijd in een la.

Slechts 16 procent van al het steen is daadwerkelijk wetenschappelijk onderzocht, heeft Nasa laten weten. Een derde ligt in musea tentoongesteld of is weggegeven. Een kwart is vernietigd tijdens experimenten, bijvoorbeeld om te testen hoe de maan reageert op de inslag van een asteroïde.

Maar het is geen lamlendigheid die er voor heeft gezorgd dat de stenen grotendeels onaangeraakt zijn gebleven. Wetenschappers zijn zuinig op hun monsters; sinds de jaren zeventig zijn er geen bemande maanlandingen meer geweest, dus komen er voorlopig geen stenen bij. Ze proberen de voorraad niet op te maken, laat Nasa weten. De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie beheert de collectie – soms alleen niet zo goed.

Het probleem is dat de apparatuur waarmee je de stenen kunt onderzoeken steeds beter wordt. Aangezien stenen vaak kapotgaan tijdens het onderzoek, is het daarom de moeite waard om te wachten. Toch geeft Nasa in bijna alle gevallen waarin een onderzoeker vraagt om een steen toestemming. Er worden ongeveer zestig aanvragen per jaar gedaan, meestal betreft het kleine stenen van een paar gram.

Op die voet kan Nasa nog decennia doorgaan voor de stenen op zijn. Een andere oplossing is om eens terug te keren naar de maan – bemand of onbemand – en eens wat nieuwe stenen op te halen. Maar onze satelliet is een beetje saai, Nasa gaat tegenwoordig liever stenen rapen op Mars en andere hemellichamen.