Oervader Nederlandse taal ontstond op Kazachstaanse steppe


Kazachstan wieg van de Nederlandse taal

Heel erg lang geleden hadden vrijwel alle Europese en sommige Indiase talen een gemeenschappelijke voorvader. Maar waar ontstond die en welke mensen spraken die taal? Een grote internationale groep onderzoekers heeft die vraag eindelijk kunnen beantwoorden. De oervader van ook de Nederlandse taal ontstond op de steppe van Kazachstan, zo schrijven ze in het wetenschappelijke vakblad Science.

De groep, geleid door genetici van Harvard Medical School in de VS, analyseerde zowel DNA uit archeologische vindplaatsen als historische geschreven uitingen om de migratie van mensen en hun talen vast te leggen. Zo hebben ze de complexe vorming van volkeren en culturen kunnen bepalen. Onze verste taalkundige voorvaderen kwamen uit een gebied waar nu Oekraïne, Rusland en Kazachstan liggen.

Deze mensen spraken een taal die proto-Indo-Europees heet. Daaruit ontwikkelden zich in ongeveer vijf millennia de huidige talen van Europa, waaronder modern Nederlands. Onze taal (en die van de andere Europese volkeren) lijkt niet veel meer op die oertaal, maar toch zijn brokstukken nog altijd te herkennen. Zo lijkt het woord ‘drie’ in vrijwel alle Europese talen op elkaar: three, drei, trois, trzy.

Onder historici en taalkundigen was altijd al het vermoeden dat onze taal oorspronkelijk uit het oosten kwam. Maar waar precies? Lang dachten wetenschappers dat de wieg van onze taal in Turkije stond. Maar aan de hand van DNA konden de migratiepatronen veel preciezer worden vastgesteld en blijkt onze oorsprong veel noordelijker te liggen. Onze voorvaders en -moeders trokken nogal eens van oost naar west en weer terug, blijkt uit die analyse. Bij een van die migraties brachten ze hun taal 3000 jaar geleden zelfs tot in India.