Oeroude sneeuwschoen gevonden


sneeuwschoen

Ergens tussen 3800 en 3700 voor Christus verloor aan de zuidkant van de Alpen iemand een sneeuwschoen. Het uit berkenbast gemaakte hulpmiddel zonk in de sneeuw en bleef daar tot in de 21ste eeuw liggen. Tot in 2003 een kaartenmaker bij metingen op het grappige object stuitte. Hij naam het mee en legde het op zijn bureau, niet wetend hoe oud het is. Pas nu is het aan het Südtiroler Archäologiemuseum in Italië overgedragen.

Daar zijn ze dolblij met de vondst. Het betekent dat mensen al vroeg in onze geschiedenis de bergen ingingen, zelfs in de winter. De vondst werd gedaan in het Gurgler Eisjoch op 3134 meter hoogte, wat aangeeft dat onze voorvaderen ook niet bang waren om richting de toppen van de Alpen te gaan. Wat de bezitter van de sneeuwschoen daar deed, is niet bekend.

Het is de tweede belangrijke archeologische ontdekking die in deze regio hoog in de bergen wordt gedaan. Eerder werd daar de beroemde ‘ijsman’ Ötzi gevonden, het bevroren lijk van een man uit rond 3300 voor Christus. Omdat in dit deel van de Alpen de gletsjers zich steeds meer terugtrekken, worden meer vondsten verwacht.

Ook al omdat archeologen de vindplaats van de sneeuwschoen systematisch aan het uitkammen zijn. Degene die de het geval daar kwijtraakte, is misschien meer zaken verloren. Wellicht ligt er zelfs een tweede Ötzi onder de sneeuw.