Nobelprijs Scheikunde voor spelen met evolutie


Nobelprijs scheikunde

De Nobelprijs voor scheikunde is gewonnen door Frances Arnold en het duo John P. Smith en Gregory Winter. Ze krijgen de prijs voor hun onderzoek naar de mogelijkheden om de evolutie te versnellen. ‘Het toepassen van de wetten van Darwin in reageerbuizen’, zoals het Nobelcomité het noemt. Zo hebben ze de evolutie van bijvoorbeeld enzymen kunnen versnellen om ze te kunnen gebruiken bij wetenschappelijk onderzoek.

De twee mannelijke winnaars hebben hun kennis van moleculen en bacteriën gebruikt om onze inzichten in de werking van het menselijk lichaam te vergroten. Zo zijn via versnelde evolutie nieuwe antilichamen ontwikkeld die kunnen helpen bij het genezen van ziektes als reuma en psoriasis. Daarmee is het menselijke immuunsysteem kunstmatig versterkt.

De vindingen van Frances Arnold, die enzymen zich snel evolutionair helpt ontwikkelen, heeft nieuwe types catalysatoren opgeleverd, voor gebruik in de chemische industrie. Maar ook schoonmaakmiddelen, die op een minder corrosieve manier hun werk doen. Daarnaast spelen de door haar ontwikkelde enzymen een grote rol bij het onderzoek naar nieuwe groene brandstoffen.

De nieuwe winnaars bezitten samen enkele honderden patenten. Het is de 179ste keer dat deze prijs wordt uitgereikt. Arnold is de vijfde vrouw die de prijs wint. Marie Curie (1911), Irène Joliot-Curie (1935), Dorothy Crowfoot Hodgkin (1964) en Ada Yonath (2009) waren haar voorgangers.