Nieuwe vitamines ontdekt waarmee je oud kunt worden


champignons bron nieuwe vitamines

Ooit gehoord van carotinoïde, ergothioneïne, PQQ en queuïne? Waarschijnlijk niet, het zijn nieuwe vitamines, ontdekt door Amerikaanse onderzoekers. Maar je kunt de namen beter goed onthouden, want ze spelen volgens die onderzoekers een belangrijke rol bij gezond oud worden.

Voor een hoge leeftijd slikten we tot nu toe vooral vitamine D, omega 3 en magnesium. Maar aan dat rijtje moeten we liefst tien nieuwe vitamines toevoegen, zeggen biochemici van het Children’s Hospital Oakland Research Institute, waar ze de ontdekking deden. Gelukkig krijgen we de stoffen ook nu al binnen.

Vitamines zijn stoffen die het lichaam zelf niet aanmaakt, maar voor het dagelijkse leven essentieel zijn. We krijgen ze via de voeding binnen. De eerste vitamine werd ontdekt in 1913 (A), voorlopig de laatste in 1948 (B12). Nu komt er, volgens de ontdekkers, gelijk een hele trits bij. Ze spelen voor deze mega-uitbreiding wel met de definitie van het woord ‘vitamine’; de stoffen die ze hebben ontdekt, zouden vooral essentieel zijn om heel oud te worden.

Neem ergothioneïne, een antioxidant die een belangrijke rol speelt in het beschermen van menselijke cellen. Je kunt een tekort aan deze stof krijgen bij ziekte en ouderdom, wat onder andere tot hartproblemen kan leiden. Bij mensen boven de tachtig neemt het gehalte aan deze stof bijvoorbeeld snel af. Het zit onder andere in champignons, maar in bescheiden hoeveelheden. Wie echt oud wil worden, heeft het nodig.

De meeste nieuwe vitamines haalden de ontdekkers uit paddenstoelen en schimmels. Een paar andere uit groente. Sommige staan al langer bekend als antioxidant, maar verdienen volgens de Amerikanen een upgrade naar de status van vitamines. Neem beta-cryptoxanthine, dat als pigment in papaya en eierdooier voorkomt. Het zou volgens de onderzoekers helpen om cognitieve processen langer op gang te houden bij ouderen.

Wanneer de nieuwe vitamines als pil op de markt komen, is nog niet bekend.

(PNAS)