Niet alle kruisvaarders kwamen uit Europa


kruisvaarder

De kruisvaarten was een strijd van christen tegen moslims; Europeanen tegen Arabieren. Toch? Dat laatste is maar deels het geval. Nieuw genetisch onderzoek van een aantal lijken van kruisvaarders brengt een opmerkelijk feit aan het licht: behoorlijk wat mensen uit het Midden-Oosten vochten mee aan de kant van de christenen.

Genetici van het Britse Wellcome Sanger Institute hebben in Sidon, Libanon lichamen op een bekende kruisvaardersbegraafplaats geanalyseerd. De lijken waren omringd door Europese munten en ze hadden Italiaanse uitrustingsstukken, zodat vaststaat dat het om kruisvaarders gaat. Maar genetisch hadden de botten een verrassing in petto.

Van de negen stoffelijke resten die de Britten analyseerden, waren slechts drie Europees; twee Spanjaarden en een Sardiniër. Vier anderen kwamen uit het Midden-Oosten, toonde hun erfgoed aan. Het waren dus Arabieren die tegen de Arabieren vochten. De twee laatste lijken waren van gemengde afkomst, half Europees, half Libanees. Ze waren waarschijnlijk de zonen van Europese kruisvaarders en plaatselijke vrouwen.

De kruisvaarders streden tussen 1095 en 1291 rond het huidige Israël met de moslim krijgsheer Saladin om het bezit van Jeruzalem en andere heilige plekken. De stad is heilig voor zowel joden, moslims als christenen. Veel kruisvaarders bleven in het gebied hangen en hadden daar families. Toch is hun genetische invloed in het Midden-Oosten tegenwoordig nauwelijks meer aantoonbaar, ontdekten de genetici ook. Het Europese DNA is in Libanon vrijwel uit de bevolking verdwenen.

Het betekent dat we de geschiedenis van de kruisvaarders gedeeltelijk moeten herschrijven. De commandanten van de christelijke macht waren waarschijnlijk bijna allemaal Europeanen, maar veel van de gewone strijders kwamen dus uit de buurt van Jeruzalem. Of ze meevochten uit overtuiging of voor geld blijft onduidelijk.