Nieuws

Neponderzoek toont zwakte wetenschap


Hij heet Ocorrafoo Cobangeen hij werkt voor het Wassess Institute of Medicine in Asmara. Oh, en hij bestaat niet, net zo min als zijn werkgever overigens. Cobangeen is een uitvinding van wetenschapsjournalist John Bohannon van het blad Science. Bohannon stuurde onder de naam van Cobangeen een wetenschappelijk onderzoek naar 304 wetenschappelijke vakbladen.

Het betrof een neponderzoek, dat er alleen op het eerste gezicht wetenschappelijk uitzag. Maar voor het getrainde oog bevatte het een aantal niet te missen fouten. Het proces van ‘peer review’, waarbij een artikel voor publicatie wordt beoordeeld door andere wetenschappers, zou die fouten zonder meer aan het licht moeten brengen.

Dat gebeurde in heel veel gevallen niet; 157 bladen accepteerden het onderzoeksrapport onmiddellijk voor publicatie, dat is meer dan de helft. Schijnbaar had niemand, althans geen relevante wetenschapper, het stuk gelezen. In 32 gevallen kreeg Cobangeen/Bohannon vragen van reviewers. Maar die bleken met duidelijk foute antwoorden toch tevreden te stellen.

Wat Bohannon aantoont, is de zwakte van het systeem van wetenschappelijke vakbladen. Sommige van die publicaties laten zich tegenwoordig door wetenschappers betalen voor het publiceren van hun werk. Dat omzet daarbij belangrijker is dan wetenschappelijk niveau, toont dit onderzoek aan.

Het is zeker niet voor het eerst – en waarschijnlijk niet voor het laatst – dat is bewezen dat er onzin gepubliceerd kan worden. In 1996 toonde natuurkundige Alan Sokal aan dat je zelfs een complete onzintekst kunt laten accepteren door een vakblad, als het er maar ingewikkeld genoeg uitziet. Hij publiceerde toen n een serieus vakblad het onderzoek ‘Towards a Transformative Hermeneutics of Quantum Gravity’, dat met hulp van een computerprogramma (een bull shit generator) in elkaar was gezet.