Nederlanders bang voor einde der tijden


einde der tijden

In de negentiende eeuw was Nederland een staat vol godsdienstwaanzinnige fundamentalisten. Veel mensen geloofden dat het einde der tijden nabij was. Dat beweert historica Rie Kielman, die in Leiden op dit onderwerp gaat promoveren. In die tijd dachten veel gelovigen dat Christus zou terugkeren op aarde, of dat de dag des oordeels snel zou plaatsvinden. Dat deze angst breed leefde onder de Nederlandse bevolking, blijkt uit de talloze documenten die verschenen.

De gereformeerde dichter Isaac da Costa (1798-1860) schreef bijvoorbeeld dat een confrontatie met de ongelovigen onvermijdelijk was, en ageerde tegen de verlichte denkers. De Rotterdamse katholiek Hendrik Nüse voorspelde op zijn beurt een Koninkrijk Gods onder pauselijke gezag. En weer anderen meenden dat zijzelf als profeten door God naar de aarde waren gezonden.

Deze godsdienstwaan heeft een vertragend effect gehad op de maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland. Zo was het verzet tegen de ‘antichristelijke’ socialisten hier sterker dan in omringende landen. Ook remden de alarmistische eindtijd verwachtingen het vertrouwen in de parlementaire democratie af, ontdekte Kielman.

Tot 1840 geloofden veel mensen nog in de Bijbel als geschiedenisboek. Maar steeds meer wetenschappelijke ontdekkingen maakten duidelijk dat de Bijbel geen goede weergave van de werkelijkheid was. Zo schreef het tijdschrift De Gids over wetenschappelijke ontdekkingen die haaks stonden op het Bijbelse scheppingsverhaal.

In de decennia daarna werd de strijd tussen progressieve liberalen en orthodoxe christenen alleen maar erger. Pas vanaf 1870 verdampte de voedingsbodem voor het strenge geloof definitief, mede omdat de vele eindtijdvoorspellingen niet uitkwamen.