Nederengels is onvermijdelijk


Nederlands doorspekken met Engelse woorden is nothing to worry about. We kunnen het toch niet stoppen. Leve het Nederengels

Engels en Nederlands door elkaar gooien wordt in vaktermen code-switching genoemd. Daarmee wordt niet het gebruik van ingeburgerde Engelse woorden als computer bedoeld. Code-switching is het het larderen van alledaags Nederlands met buitenlandse (vaak Engelse) woorden en zinsneden. Bijvoorbeeld “Zit me niet te hasslen”, een combinatie van “Val me niet lastig”en “Don’t hassle me”.

Taalpuristen gruwen ervan – zij willen buitenlandse invloeden zo veel mogelijk buiten de deur houden. Voor hen heeft psycholinguïst Gerrit Jan Kootstra van de Radboud Universiteit slecht nieuws. Hij onderzocht het ontstaan van code-switching en komt tot de conclusie dat het verschijnsel niet tegen te houden is. De belangrijkste oorzaak is dat we ons taalgebruik aanpassen aan degene met wie we praten. Als iemand eenmaal Engelse woorden in een Nederlandse zin begint te stoppen, krijgen we onmiddellijk de neiging om dat ook te doen. Dat spiegelgedrag is volgens Kootstra een automatisch en onbewust proces.

Code-switching proberen tegen te gaan heeft dus ook weinig nut, zegt Kootstra. “Als de taalomgeving steeds meer Engels en Nederlands naast en door elkaar heen bevat, is het onvermijdelijk dat mensen dat over gaan nemen. Mensen die daarover foeteren, zou ik willen zeggen: don’t worry. Wie strikte ideeën heeft over zuiver taalgebruik, kan zijn of haar eigen taal zo ‘puur’ mogelijk proberen te houden. Dat zal al moeilijk genoeg zijn. Maar verder: taal ontwikkelt zich, past zich aan aan de omgeving. Het heeft geen enkele zin om je daartegen te verzetten.”

Psycholinguïst Gerrit Jan Kootstra van de Radboud Universiteit promoveert op 12 januari 2012 op zijn onderzoek naar Nederengels.