Nieuws

Mysterie niet vliegende pinguïn opgelost


Lang, lang geleden kon de pinguïn vliegen. Maar waarom ruilde hij zijn prachtige vleugels in voor stompe flappers? Simpel: het is lastig om te kunnen duiken én vliegen. Dat wijst onderzoek bij zeekoeten uit.

De zeekoet, een pinguïnachtige zeevogel uit Canada, Alaska en andere noordelijke streken, is een manusje van alles. Hij vliegt, zwemt en loopt op land. Bioloog Kyle Elliott van de University of Manitoba (Canada) en collega’s wilden weten hoeveel energie al die bezigheden de vogel kost. Ze injecteerden een aantal zeekoeten met een traceermolecuul om hun energieverbruik te volgen en bevestigden sensors aan hun lichamen waarmee kon worden nagegaan hoe diep de vogels doken en hoeveel tijd ze op land, in zee en in de lucht doorbrachten.

De conclusie? Een zeekoet zijn is hard werken. De vogels gebruiken meer energie per minuut tijdens hun vlucht dan menig ander dier: zo’n 31 keer meer dan in rust (bij andere vogels is dat maximaal 25 keer). Zwemmen doet hij een stuk efficiënter, maar ook daarbij gebruikt hij een stuk meer energie dan een pinguïn van dezelfde grootte, is te lezen in het online vakblad PNAS.

Geen wonder dat de pinguïn liever zwemkampioen is dan een vogel die van alles wat kan, maar nergens in uitblinkt, en daar ook nog eens hard voor moet werken.

Foto’s: links een zeekoet (Sébastien Bertru/CC-BY-SA 3.0), rechts een ezelspinguïn (Stan Shebs/CC-BY-SA 3.0)