Nieuws

Musicologen vinden saaiste popliedjes


Als er een dieptepunt in de popmuziek is geweest, dan ligt dat ergens tussen Papa Don’t Preach van Madonna en The Final Count Down van Europe. Tot die conclusie komen Amerikaanse en Britse musicologen na onderzoek van 17.000 popliedjes gemaakt tussen 1960 en 2010. Ze letten daarbij op de veelzijdigheid in opeenvolging van akkoorden en klankkleur in de liedjes.

Uit deze kwantitatieve analyse komt naar voren dat er drie revoluties in de popmuziek zijn geweest. Eentje begin jaren zestig, toen bandjes als de Beatles, The Kinks en de Rolling Stones een ruigere variant van de blues begonnen te spelen en dat rock ‘n roll noemden.

De tweede revolutie vond plaats begin jaren tachtig, toen goede synthesizers beschikbaar kwamen voor muzikanten. Daar kwamen bands uit voort als Ultravox en Talk Talk, die driftig experimenteerden met verschillende genres.

De derde revolutie was begin jaren negentig, op het moment dat hip-hop populair begint te worden buiten de gemeenschap waarin deze muziek is ontstaan. Deze revolutie kent de meeste veelzijdigheid van allemaal.

Er is dus ook een saaiste periode in de muziek. Die ligt tussen 1986 en 1991, hebben de onderzoekers berekend. In wetenschappelijk opzicht leken liedjes toen erg op elkaar, er was weinig variatie in hoe nummers werden opgebouwd, of de toonsoorten waarin werd gespeeld, schrijven de onderzoekers in Royal Society Open Science.