Mannen stellen veel meer vragen dan vrouwen


zijn er nog vragen

‘Zijn er nog vragen?’ Op veel conferenties en andere publieke bijeenkomsten is er gelegenheid om de spreker nader te bevragen. Bijna altijd gaan er ook handen de lucht in. Mannenhanden, zo hebben wetenschappers vastgesteld. Vrouwen vragen niet.

Het viel een onderzoekster van Stanford University in de VS op dat ze bij wetenschappelijke conferenties vrijwel altijd de enige vrouw was die vragen stelde. Ze trommelde 81 vrijwilligers op die enkele honderden conferenties bezochten tussen 2014 en 2017. Zijn constateerden ook: vrouwen vragen niet, mannen wel.

In één geval was 70 procent van de mensen in een kamer vrouw en toch hebben ze slechts 45 procent van alle vragen gesteld. Gemiddeld stellen vrouwen 35 procent van de vragen, ook als het over onderwerpen gaat die traditioneel als sterk vrouwelijk worden gezien.

De onderzoekers – vrouwen – geven vrouwen de schuld van hun weinig actieve rol bij conferenties. Onzekerheid of andere ‘interne factoren’ spelen een rol bij de schuchterheid. Terwijl juist een goede vraag kan helpen om op te vallen onder collega’s. En dat is weer een voorwaarde voor succes.

Advies voor de organisatoren van conferenties hebben de onderzoekers ook: laat de eerste vraag altijd verplicht door een vrouw stellen. Dan volgen er misschien meer.