Nieuws

Mannelijke mannen zijn agressiever


Krijg je klappen of loopt het met een sisser af? Een snelle blik op iemands gezicht is genoeg om te zien of hij agressief is.

Je rijdt in je auto. Dan let je even niet op en je tikt je voorganger lichtjes aan. Uit die auto stapt een boze man. Gaat dit pijn doen of los je het als beschaafde mensen op?

Volgens onderzoek weet je het binnen een seconde, door te kijken naar de structuur van zijn gezicht. De breedte-hoogte ratio (width-height ratio, WHR) van een gezicht wordt bepaald door het meten van de afstand tussen de linker- en rechterwang en de afstand van de bovenlip tot het midden van de wenkbrauw.

Tijdens de kindertijd hebben jongens en meisjes dezelfde gezichtstructuren, maar in de puberteit ontwikkelen mannen een grotere WHR dan vrouwen. Mannen krijgen een breder hoofd.

Eerder onderzoek heeft al aangetoond dat mannen met een grotere WHR – zeer mannelijke mannen dus – agressiever zijn dan kerels met een kleinere WHR. Zo hebben studies aangetoond dat hockey spelers met een breed hoofd meer strafminuten per wedstrijd verdienen dan spelers met een lagere WHR.

Psychologen van Brock University (Canada) deden een experiment om te zien of het mogelijk is om de agressie van een andere persoon te voorspellen door simpelweg te kijken naar hun gezicht. Vrijwilligers bekeken foto’s van gezichten van mensen; sommigen daarvan waren wegens agressief gedrag veroordeeld.

De vrijwilligers beoordeelden hoe agressief ze dachten dat elke persoon was op een schaal van een tot zeven na het bekijken van elk gezicht.

Wat blijkt? Agressie laat zich voorspellen. Een korte blik op een foto was voor mannen en vrouwen genoeg om aan te geven wie een kort lontje heeft. De inschattingen zijn sterk gecorreleerd met WHR van de gezichten – hoe groter de WHR, hoe hoger de inschatting dat meneer een agressieve hork is. Volgens de onderzoekers betekent dit dat we onbewust en snel beoordelen hoe gevaarlijk iemand is. Breed hoofd: een holbewoner, smaller hoofd: een gentleman.

gevecht D.Billy

Foto: D. Billy