Machines leveren banen op


moderne tijden

In 1862 werkte 90 procent van de Amerikanen in de landbouw. Bijna iedereen was boer, of leverde aan boeren. Toen de jaren dertig aanbraken, was nog maar één op de vijf Amerikanen agrariër, het platteland liep leeg. Tegenwoordig heeft nog maar 2 procent van de Amerikanen een baan op het land. Voor Europa gelden vergelijkbare percentages. Allemaal dankzij de voortschrijdende technologie.

Techniek en machines kosten banen. Bijna niemand is nog koetsenbouwer, een veel voorkomend beroep honderdvijftig jaar geleden. Levert dat geen hoge werkloosheid op?

‘In 2000 zullen machines zo veel produceren dat iedereen […] onafhankelijk en rijk zal zijn. Met ondersteuning door de overheid zullen zelfs gezinnen waarin niemand werkt een jaarlijks inkomen van 30.000 tot 40.000 dollar hebben. Hoe je betekenisvol moet ontspannen wordt een groot probleem. [..] Er komt een plezier-georienteerde samenleving vol gezonde degeneratie.’ Dat schreef het blad Time in 1966. De zorgen over machines die ons leven overnemen zijn namelijk al eeuwen oud.

Nergens voor nodig, zegt de consultancy Deloitte nu. Ze hebben een studie gedaan naar industrialisering en banen. Nu blijkt dat – de afgelopen 140 jaar in ieder geval – machines hebben gezorgd voor meer banen dan ze hebben gekost. De koetsenbouwer mag dan werkloos zijn, hij heeft zich hopelijk herschoold tot sociale media specialist. Uit het onderzoek blijkt dat vooral dienstverlenende beroepen enorm in de lift zitten. Er zijn nu vijf keer zo veel kappers per duizend inwoners dan een eeuw geleden.

Waar al die machines wel voor hebben gezorgd, is rijkdom. Juist door veel (vervelend) werk te automatiseren, kunnen mensen doen waar ze goed in zijn: complexe taken uitvoeren die veel toegevoegde waarde hebben. Juist daar verdienen we veel mee.