Nieuws

Slechts twee genen maken het mannetje


Mannen zitten eigenlijk heel eenvoudig in elkaar. Dat zeggen ze misschien vaak tegen hun vrouwen, maar nu blijkt het ook nog eens biologisch waar te zijn. In hun Y-chromosoom zijn maar twee genen bepalend voor hun sekse.

Mannen hebben een Y- en X-chromosoom. Vrouwen hebben twee X-chromosomen. Het Y-chromosoom stelt wetenschappers al jaren voor vragen. Het zou namelijk een vat vol gebrekkige genen zijn die zichzelf niet kunnen repareren zoals andere genen, en dus bevattelijker zijn voor mutaties. Het Y-chromosoom zou daarom wel eens kunnen uitsterven.

Het blijkt wel mee te vallen. Binnen het Y-chromosoom hebben onderzoekers ontdekt dat genen wel degelijk een eigen reparatiesysteem hebben. Sterker, het Y- chromosoom is zelfs al 25 miljoen jaar stabiel (in makaken, dat wel, een aapsoort waarmee me een voorouder delen).

Goed nieuws dus voor mannen. Het slechte nieuws is trouwens wel dat het reparatiesysteem voor onvruchtbaarheid bij mannen kan zorgen. Sommige onderzoekers betwijfelen sowieso of er nog toekomst is voor het Y-chromosoom. Uiteindelijk zullen mannen door mutaties, reparaties en overspringende genen misschien het Y-chromosoom helemaal niet meer nodig hebben, betogen ze.

Mannetjesmuizen zonder Y-chromosoom bestaan al en doen het prima. Ze produceren alleen geen bruikbaar sperma. Onderzoekers aan de universiteit van Hawaii hebben dit probleem weten op te lossen.

Slechts twee genen in het Y-chromosoom zijn nodig om van een muis een “echt” mannetje te maken: de genen Sye en Eif2s3y. Voeg die toe en een muis kan met een beetje hulp van het lab reproduceren. Bij mensen ligt het iets anders omdat er een ander gen bij mannelijkheid is betrokken. Maar de onderzoekers zijn optimistisch dat het in de toekomst mogelijk wordt om onvruchtbare mannen kinderen te laten verwekken.