Lego steeds agressiever


Lego poppetje

In de kinderslaapkamers vindt een wapenwedloop plaats. Steeds meer speelgoed is gewelddadig, zelfs Lego gaat daarin mee. Speelgoedfabrikanten voelen de hete nek van spelcomputers in hun nek en moeten wel, zeggen psychologen van de Britse University of Canterbury.

Zij bekeken enkele tientallen jaren aan catalogi van Lego dat in 1949 voor het eerst op de markt kwam. Aanvankelijk was het nog allemaal heel onschuldig, je kon een huisje bouwen of een boot. Als kind kon je dat vervolgens laten vernietigen door denkbeeldige buitenaardse wezen, maar het moest uit je eigen fantasie komen.

In 1968 verscheen het eerste wapen in een Lego-set: een kasteel met poppetjes. Sommige van die poppetjes hadden zwaarden en hellebaarden. Het was de opmaat naar meer geweld in het Lego-universum. Ondertussen bevat iedere derde Lego-set een of meerdere wapens. Sommige sets zijn zelfs helemaal op geweld en vernietiging gericht; zo kun je de Death Star uit Star Wars krijgen in Lego.

Het team dat tot deze conclusie komt, constateerde eerder dat Lego-poppetjes door de jaren heen steeds grimmigere uitdrukkingen op hun gezicht hebben gekregen. Deze ontdekking past in dezelfde ontwikkeling: kinderen krijgen een steeds groter aanbod van geweld. Uit ander onderzoek, geciteerd in deze studie, blijkt dat 40 procent van het aangeboden speelgoed een gewelddadig karakter heeft, Lego is dus nog terughoudend.

Er is ook getest wat kinderen vinden van al dat geweld. De kleine klantjes hebben daar wat minder moeite mee dan sommige ouders. Ze vinden wapens en agressie vooral ‘spannend’, is te lezen in het onderzoeksrapport, dat is gepubliceerd via PlosOne.