‘Vulkaan kostte Cleopatra de kop’


Egyptische ruines

De Egyptische piramides staan tot de dag van vandaag, als herinnering aan een van de grootste beschavingen van de oude wereld. Maar waarom hield het rijk dat deze steenklompen neerzette op te bestaan? Nieuw onderzoek wijst met een beschuldigende vinger naar een wel heel opmerkelijke verdachte: een vulkaan.

Een team van wetenschappers van de gerenommeerde Yale universiteit in de VS heeft ijskernen onderzocht van Groenland en Antarctica. In ijs kan informatie over vulkaanuitbarstingen duizenden jaren bewaard blijven. Door in oude gletsjers te boren, kun je de geologie van lang geleden reconstrueren. In 44 voor Christus vertonen de kernen deeltjes van een vulkanische uitbarsting. Dat is rond dezelfde tijd dat het in Egypte helemaal mis ging.

Het is al langer bekend dat slecht weer een grote rol speelde bij het einde van de Egyptenaren. Die waren erg afhankelijk van regenval. Die deed de Nijl stijgen, zodat vruchtbare grond met de rivier meestroomde naar de bevolkte gebieden rond het huidige Caïro. Niet lang voor het begin van onze jaartelling begon het ineens veel minder te regenen, waardoor er grote voedseltekorten ontstonden.

Het was in de tijd van Cleopatra VII. De regen bleef uit en kwam een paar jaar niet meer terug. De Romeinen, die de macht in het gebied rond de Middellandse Zee aan het grijpen waren, deden de rest. In 30 voor Christus pleegde Cleopatra zelfmoord door zich door een slang te laten bijten. In de decennia daarna stortte het Egyptische Rijk in elkaar. Wat bleef, waren de gigantische bouwwerken die de farao’s hadden neergezet.

De Amerikaanse wetenschappers hebben één en één bij elkaar opgeteld. Een zware uitbarsting van een vulkaan en een jarenlang tekort aan regen in Egypte horen bij elkaar, denken ze. Het zou niet de eerste of laatste keer zijn dat een vulkaanuitbarsting zulke grote gevolgen heeft. De grote vraag is alleen om welke vulkaan het gaat. Daar hebben de wetenschappers voorlopig geen antwoord op.