Nieuws

Klinisch dood en toch horen


Wanneer is iemand dood? Die vraag houdt mensen al sinds het begin der tijden bezig. Tot nu toe gingen wetenschappers er van uit dat als het hart stopt met kloppen, de hersens 20 seconden later ophouden met functioneren. Op dat moment is iemand klinisch dood, een toestand die nog ongedaan kan worden gemaakt, door binnen enkele minuten het hart via een defribilator weer op gang te brengen. Gebeurt dat niet, dan is iemand biologisch dood.

Tijdens de periode van klinische dood zou een patiënt niets meer moeten horen en zien, de hersens functioneren immers niet. Maar een nieuwe studie van de University of Southampton (GB) zaait twijfel. Onderzoekers interviewden meer dan tweeduizend mensen die klinisch dood waren, maar wiens hart weer is opgestart. Bijna de helft van hen beweerden het hele proces bewust te hebben meegemaakt.

Ze konden bijvoorbeeld precies vertellen wat de artsen en verpleegkundigen deden in die periode. Of ze vertelden over de piepjes die de apparaten maakten. Sommige mensen zagen alle handelingen van buiten hun lichaam, alsof ze door een camera in de hoek van de kamer keken.

De mensen die een herinnering hadden aan deze episode rapporteerden vaak een gevoel alsof ze hadden gehallucineerd. De meesten kregen een vreedzaam gevoel over zich, of ze hadden de indruk dat tijd heel langzaam of juist heel snel ging. Sommigen zagen het roemruchte ‘witte licht’ dat vaak in verband met bijna-dood ervaringen wordt gebracht.

Het onderzoek is gepubliceerd in het vakblad Resuscitation.