Nieuws

Kleuters zijn kleine wetenschappers


marbles

Kleuters verkennen de wereld spelenderwijs. Het lijkt alsof ze maar wat doen, maar niets is minder waar. Ze blijken -net als wetenschappers- toch heel systematisch te werk gaan.

Kinderen in groep 1-2 kunnen een experiment opzetten en uitvoeren op zo’n manier dat ze leren van de uitkomsten. Ook kunnen kleuters bewijzen evalueren om tot de juiste conclusie te komen, al hebben ze daar soms wat hulp bij nodig. Om daar achter te komen, ging een onderzoeker van de universiteit in Nijmegen knikkeren met kinderen in kleuterklassen. De onderzoeker, onderwijskundige Joep van der Graaf, merkte dat het helpt om kinderen de juiste vraag te stellen. Dus bijvoorbeeld ‘wat zorgt ervoor dat deze hoge toren niet omvalt’ in plaats van ‘maak een hoge toren’.

Voor het onderzoek ontwierp Van der Graaf een dubbele knikkerbaan met vier variabelen. Kleuters konden zo verschillende vragen onderzoeken, zoals of een zware bal verder komt dan een lichte. De kleuters konden de knikkerbanen zelf instellen. Hij deed het onderzoek op scholen – met flink wat assistenten – bij honderd kleuters, die elk drie maal werden getest in groep 1 en 2.
Er zaten wel verschillen in hoe kinderen het aanpakken. Sommige kinderen gingen meteen systematisch aan het werk en leken te begrijpen dat je de helling van de banen gelijk moet houden om een goede conclusie te kunnen trekken. Door uitleg te geven over wat er wel of niet goed ging aan kinderen die niet vanzelf systematisch werken, leerden zij tijdens het onderzoek hoe je experimenten moet doen.

Kleuters met betere grammaticale vaardigheden bleken doorgaans ook betere experimenten te kunnen opzetten en beter conclusies te kunnen trekken. Dat verband was er niet voor woordenschat. Dat is verrassend omdat dat vaak als een maat voor intelligentie wordt gezien. Helemaal opvallend is dat moeilijk lerende kinderen in het speciale onderwijs óók wetenschappelijke vaardigheden ontwikkelen, zij het wat langzamer dan de kleuters op de ‘gewone’ basisschool.