Kinderen laten zich onder druk zetten door robots

Peer pressure


robots

Peer pressure zorgt ervoor dat vooral kinderen iets doen dat ze eigenlijk niet willen. Maar iemand anders, of een groep personen, zet ze ertoe aan. Zo gaan kinderen roken, iets stelen in de supermarkt of springen ze in de sloot. Maar wat als het niet een persoon is die druk uitoefent, maar robots?

Het antwoord is dat kinderen dan net zo hard in de plomp springen, ontdekte de universiteit van het Duitse Bielefeld. Ze gebruikten een standaard test om de gevoeligheid voor peer pressure te meten, de Asch paradigm. Daarbij kijkt iemand naar een afbeelding van drie lijntjes van verschillende lengte. De vraag is welke net zo lang is als een voorbeeldlijntje.

Onder normale omstandigheden kiest iedereen het juiste lijntje, de test is niet moeilijk. Maar je kunt in een testgroep ook acteurs gebruiken die luidkeels twijfelen of het niet een van de andere lijntjes is. Het gevolg is dat vooral kinderen dan het foute antwoord geven. In de setting die ze in Bielefeld gebruikten, waren de acteurs vervangen door drie robots.

En wat blijkt? De kinderen laten zich door de machines – die menselijke trekjes hadden maar duidelijk robots waren – overtuigen. Ze geven het foute antwoord. Vooral jongere kinderen trappen erin. Volwassenen weten deze kunstmatige druk te weerstaan en geven wel overwegend het goede antwoord.

Deze uitkomst is vooral gunstig voor makers van speelgoed als Barbie met Wifi. Ze kunnen kinderen makkelijker manipuleren, bijvoorbeeld om meer speelgoed te kopen. De kinderen luisteren immers net zo goed naar kunstmatige levensvormen als naar echte. Het onderzoek verscheen in Science.