Kinderen: beeldscherm gaat ten koste van fantasievrienden


fantasievriendje

Hoe meer tijd kinderen doorbrengen met beeldschermpjes als telefoons en tablets, hoe minder ze fantasievrienden hebben. De meeste kinderen gaan door een fase waarin ze een onzichtbaar speelkameraadje hebben. Ze weten dat het niet echt is, maar voelen zich er goed bij.

Volgens onderzoek is het hebben van een denkbeeldige vriend goed om sociale vaardigheden en taal te ontwikkelen. Kinderen die deze fase overslaan (ongeveer een derde) zijn meer verlegen. Die groep is aan het groeien, zegt de Britse levensverzekeringsmaatschappij Legal and General, en dat komt door schermpjes. Ze deden onderzoek onder duizend huishoudens om te ontdekken hoe het gebruik van multimedia het gezin verandert.

Slechts 17 procent van de ouders gaf aan dat hun kind denkbeeldige vrienden had. Dat is veel minder dan uit eerder (en veel ouder) onderzoek komt. Het zijn vooral de kinderen die weinig schermpjes kijken die nog steeds een makker bedenken, zij hebben een 3,5 keer zo grote kans op een denkbeeldig vriendje.

Twee derde van de denkbeeldige vriendjes zijn menselijk. Jongens bedenken jongens, meisjes gaan om met onzichtbare meisjes. Katten, honden, eenhoorns en andere dieren komen ook vaak voor. Het toppunt van fantasievriendjes ligt tussen twee en zes jaar. Op achtjarige leeftijd zijn de meeste onzichtbare speelkameraden verdwenen.