Keizersnede beïnvloedt evolutie


zwanger

Het is een uitkomst als een baby niet op een normale manier ter wereld kan komen, de keizersnede. Maar diezelfde uitvinding kan wel eens beïnvloeden hoe de mens zich ontwikkelt. Dat werkt zo. Als vroeger een kind een te groot hoofd had, of de moeder een te nauw geboortekanaal, dan stierven moeder en kind tijdens de bevalling. Hun genen voor grote hoofden en nauwe geboortekanalen werden niet doorgegeven.

Nu worden die kinderen wel geboren, via de keizersnee. En steeds vaker, van dertig op de duizend geboortes in 1960 tot 36 op de duizend geboortes nu, zo berekende de Universität Wien (Oostenrijk) in een studie naar keizersnedes. Dat betekent meer grote hoofden en nauwe geboortekanalen en daarmee weer meer keizersnedes.

De onderzoeker onderstrepen dat ze niet pleiten voor meer dode moeders en kinderen, wel dat we bewust zijn van de gevolgen. Ze willen vooral een discussie losmaken over het gebruik of overmatig gebruik van keizersnedes. De toename van het aantal gevallen in een halve eeuw kan een aanwijzing zijn dat evolutionaire veranderingen nu al hebben doorgezet. Kan er een moment komen dat alle baby’s op die manier ter wereld komen?

Wereldgezondheidsorganisatie WHO lijkt daar in ieder geval bang voor. Ze hebben een richtlijn dat niet meer dan 15 procent van de kinderen via keizersnede mag worden gehaald.

Keizersnedes zijn door onderzoekers in het verleden in verband gebracht met dikkere kinderen en minder ontwikkelde hersens. Onmiskenbaar is het een techniek die levens redt, van moeders en kinderen, maar wellicht is het verstandig om te proberen het alleen voor echte noodgevallen te bewaren, schrijven de onderzoekers in het vakblad Pnas.