Kanker is geen ‘pech’


omgevingsfactoren

Kanker lijkt lukraak toe te slaan. De man die nooit rookte en longkanker krijgt bijvoorbeeld. Toch is het geen pech. Dat beweren onderzoekers van de Stony Brook University in New York. Omgevingsfactoren spelen volgens hen een grote rol bij het krijgen van kanker of niet. Dan gaat het over de chemische stoffen waarmee je in aanraking komt, het voedsel dat je eet en – hoe kan het ook anders – of je rookt.

Daarmee gaan ze recht in tegen de uitkomst van een studie van een andere Amerikaanse universiteit, Johns Hopkins, van eerder dit jaar. Uit die studie bleek dat driekwart van de kankergevallen toe te schrijven was aan pure pech. Cellen beginnen zich volgens die studie soms zonder reden te muteren.

Bij Stony Brook zeggen ze echter 70 tot 90 procent van alle kankergevallen te kunnen verklaren door omgevingsfactoren. De feiten lijken dat te staven. Sommige soorten kanker komen in bepaalde landen heel veel voor, in andere nagenoeg niet. In die landen zijn bepaalde stoffen verboden. Mensen die uit een land in de tweede categorie verhuizen naar een land in de eerste, krijgen ook vaker dat type kanker.

De onderzoekers uit Stony Brook tonen bovendien aan dat bij veel soorten kanker een massale mutatie van cellen nodig is. Dat gebeurt niet bij toeval, zeggen ze, daar is een externe oorzaak voor nodig. Bijvoorbeeld contact met een stof die kanker veroorzaakt. Als dat soort stoffen op een bepaalde plek veel vrijkomen, bijvoorbeeld door vervuiling, neemt het aantal kankergevallen daar ook toe.

De onderzoekers van de Amerikaanse universiteit schrijven in het vakblad Nature dat al die factoren samen het grootste deel van de kankergevallen verklaren. Maar dat sommige mensen gewoon pech hebben, blijft staan.