Jean-Claude Juncker belooft ‘eeuwige zomertijd’. Pardon, wat?


Jean Claude Juncker

Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, heeft een merkwaardige aankondiging gedaan. Hij wil een ‘eeuwige zomertijd’ invoeren. Daarmee doelt hij waarschijnlijk op het beëindigen van het gedoe met de klokken ieder voor- en najaar. Recent heeft een overgrote meerderheid van Europa zich daarvoor uitgesproken.

Er is alleen één probleem: onze oorspronkelijke tijd is de wintertijd.

En die duurt maar vijf maanden per jaar. Zomertijd, die in het laatste weekend van maart ingaat, wijkt af. Afschaffen van wintertijd is dus eigenlijk het afschaffen van de standaardtijd. Wil Juncker een einde maken aan een dikke eeuw tijdsmeting? Of was de Luxemburger zelf pas net wakker?

Het geknoei met de tijd is een Duitse uitvinding uit de Eerste Wereldoorlog, toen de regering bedacht dat het handig zou zijn om de klok in de zomer vooruit te zetten om zo een uur extra zonlicht te hebben. Daardoor zou de bevolking schaarse energie sparen.

Energiebesparing was ook de reden dat Nederland samen met een groot deel van West-Europa, in 1977 opnieuw de zomertijd invoerde. Olie was duur en de economie haperde. Ondanks dat de energiebesparing nooit goed is bewezen, werd zomer- en wintertijd een blijvertje. Iedere laatste zondag van maart gaan de wijzers een uur vooruit, iedere laatste zondag van oktober gaan ze weer terug.

Dat levert verstoorde slaapritmes, extra hartaanvallen en zelfmoorden op. Om nog maar te zwijgen over de ellende dat je van iedere klok in je huis de gebruiksaanwijzing moet zoeken om de boel voor- dan wel achteruit te zetten.