Nieuws

Je bent dikker dan je denkt


Röntgenfoto's zijn een veel betere manier om overgewicht vast te stellen.

Dik zijn is voor veel mensen een gevoelig punt. Vandaar dat we er allemaal verzachtende woorden voor hebben bedacht. Je bent mollig, stevig gebouwd of aan de zware kant. Maar was is dik nu precies? Om dat vast te stellen is ooit de Body Mass Index (BMI) bedacht. Je meet je lengte en je gewicht en via een formule komt er een getal uitrollen tussen 15 en 50. Zit je boven de 25, dan ben je te dik.

Dat BMI niet altijd even accuraat is, was al bekend. Een body builder die geen greintje vet op zijn lichaam heeft, is volgens de BMI-methode obees. Maar ook bij ‘gewone’ mensen is BMI zeer onbetrouwbaar, ontdekten onderzoekers van de New York University School of Medicine. Ze stelden van een groep proefpersonen het BMI vast en maakten daarna van die mensen een röntgenfoto om het vetpercentage vast te stellen.

Mensen die volgens de BMI methode niet te dik waren, bleken vaak toch een te hoog vetpercentage te hebben (25 procent of hoger bij mannen, 30 of hoger bij vrouwen). Vooral bij vrouwen zat de BMI methode er vaak naast, bijna de helft van de vrouwen die volgens de BMI op een gezond gewicht zaten, hadden toch een te hoog vetpercentage.

Toen de onderzoekers hun uitkomsten op de totale Amerikaanse bevolking los lieten, schrokken ze zich wezenloos. Volgens officiële cijfers is 26 procent van de Amerikanen te dik en heeft 74 procent een ‘normaal’ postuur. De werkelijke cijfers liggen echter dichter bij 64 procent dikken en 36 procent normale figuren. Mensen zijn veel dikker dan ze denken, zo zeggen de onderzoekers.

Bron.

Follow Faqtman on Twitter