Nieuws

Je ademt plutonium


De atoomwapens die in de jaren veertig, vijftig en zestig zijn getest, hebben meer plutonium in de atmosfeer achtergelaten dan tot nu toe werd gedacht. Het plutonium heeft zich ook door meer luchtlagen verspreid dan voorheen werd vermoed. We hebben vooral onze hogere atmosfeer radioactief gemaakt.

Dat zegt het Zwitserse Bundesamt für Bevölkerungsschutz in het vakblad Nature Communications. Ze concludeerden na een uitgebreide studie dat het gehalte plutonium in de stratosfeer 100.000 keer hoger is als nabij de aardbodem. Cesium was 1000 keer hoger.

Dat klinkt dramatisch, maar volgens de Zwitsers heeft dat geen gevolgen voor de volksgezondheid. Daarvoor zijn de concentraties weer veel te laag. Mensen ademen die lucht ook niet in, daarvoor is die luchtlaag te hoog. Het zegt echter wel iets over hoe onverstandig het was om de tests te doen.

De leeftijd van radioactiviteit is goed te meten. De Zwitsers kwamen tot de conclusie dat de meeste straling die ze nu registreren, dateert van voor het verbod op bovengrondse tests uit 1963. Ook kwamen ze nog straling tegen van radioactieve satellieten die in de atmosfeer zijn verbrand.

Nieuw is ook de ontdekking dat vulkanen een grote rol spelen bij het verspreiden van door mensen geproduceerde radioactiviteit. Vulkanen dwarrelen een hoop stof op waarin neergeslagen radioactieve deeltjes zitten. Die komen zo opnieuw in de atmosfeer. Zo werd na de uitbarsting van de IJslandse vulkaan Eyjafjallajökull in 2010 verhoogde radioactiviteit gemeten.