Italië breek uit elkaar


beving Italie

Het Italië dat we nu kennen, is een tijdelijke toestand. Over miljoenen jaren zullen delen van het land aan de Balkan vastzitten. Andere stukken gaan eilanden vormen, die in de Middellandse Zee liggen. Weer andere delen zijn dan onder de golven verdwenen of vormen een extra rij bergen aan de zuidkant van de Alpen.

Het land is namelijk geologisch zeer actief, wat de inwoners net weer hebben gemerkt door de aardbeving bij Accumoli. Aardbevingsdeskundigen van het Istituto Nazionale di Geofisica e Vulcanogia waarschuwden al in 2009 voor deze beving. In dat jaar vond de aardbeving van L’Aquila plaats, waarbij 308 mensen omkwamen. Door die ramp is een deel van een breukzone verschoven, waardoor de druk op de bodem iets noordelijker toenam. Het huidige epicentrum ligt 45 kilometer ten noorden van L’Aquila.

Italië dankt haar bestaan aan geologische krachten. Het Afrikaanse continent drukt vanuit het zuiden richting de Europese plaat. Door de druk zijn de Apennijnen omhoog gekomen, de bergketen die Italië van noord naar zuid doorsnijdt en de ruggengraat van het land vormt. Ook zijn zo de vulkanen Stromboli, Vesuvius en Etna ontstaan. Het is vruchtbaar land, waarop rond het begin van onze jaartelling een wereldrijk kon ontstaan.

Een nadeel zijn de spanningen in de bodem, die soms een uitweg zoeken via aardbevingen. De druk in de ondergrond trek Italië letterlijk uit elkaar. De geschiedenis van het land is dan een lange rij catastrofale bevingen. In 1688 stierven in Campania 10.000 mensen, evenveel personen verloren in 1703 het leven in Umbrië, in 1783 stierven 29.000 personen in Calabrië, een beving en tsunami’s eisten in 1908 meer dan 60.000 levens in zuidelijk Italië. In het huidige rampgebied was in 1915 al eens een beving waarbij 30.000 mensen omkwamen.

Daarmee vergeleken, is deze ramp een kleintje. Toch is de verwoesting enorm, de Amerikaanse geologische dienst schat dat er miljarden euro’s schade is. In Italië zal – net als na L’Aquila – de discussie over de kwaliteit van huizen weer losbarsten. Veel nieuwere gebouwen zijn ingestort, terwijl eeuwenoude bouwwerken nog staan. Die hebben onderaan brede muren, die dunner worden naar boven toe. Ze hebben meestal al meerdere bevingen doorstaan.