Islam groeit 70 procent in halve eeuw


moslims Indonesie

Nu is het christendom nog de grootste religie wereldwijd. Maar als de trends aanhouden, zal de islam die positie rond 2050 overnemen. Dat zeggen onderzoekers van Pew Research in De Verenigde Staten na analyse van de trends op religieus gebied. Het boeddhisme boet juist aan invloed in.

Tegen 2060 zullen er 70 procent meer moslims zijn in de wereld dan nu; het christendom groeit met 34 procent en het hindoeïsme met met 27 procent. Het aantal aanhangers van boeddhisme krimpt met vijf procent. De grootste groei ligt overigens buiten het Midden-Oosten, waar het geloof is ontstaan. De snelste groeiers zijn Indonesië, India, Pakistan, Bangladesh, Iran en Turkije.

Het grootste moslim-land is nu nog Indonesië, maar het zal die status voor 2050 kwijtraken aan India, dat overigens wel in meerderheid hindoe zal blijven.

De reden voor de explosieve groei is het aantal kinderen dat moslims krijgen. Wereldwijd ligt het gemiddelde op 2,9 per vrouw, terwijl andere groepen op 2,2 blijven steken. Moslims zijn dan ook gemiddeld jonger dan andere gelovigen, 24 tegen 31 jaar. Ze krijgen ook eerder kinderen, waardoor de generaties elkaar sneller opvolgen. Het relatief grote aantal migranten onder moslims, zorgt dat ze in sommige westerse landen de snelst groeiende groep zijn.

Amerikanen kijken heel verschillend tegen tegen de islam aan. Hoe linkser mensen zijn, hoe positiever, des te rechtser des te kritischer. Voor andere landen is dat niet onderzocht, maar de trend lijkt ook daar volgens vergelijkbare levensbeschouwelijke lijnen te lopen. In Europa zijn de meest kritische landen als het om moslims gaat Hongarije, Italië en Polen. Daar geloven de meeste mensen de stelling ‘dat veel moslims IS steunen’.

In het Verenigd Koninkrijk zijn de mensen het minst kritisch op moslims, hoewel ook daar bijna een derde gelooft in de link tussen gewone volgers van Mohammed en de Islamitische Staat.In Nederland heeft 35 procent van de bevolking een negatief beeld van de islam en moslims.

Zowel moslims als niet-moslims werd ook gevraagd naar vooroordelen ten opzichte van elkaar. Volgens moslims zijn andersgelovigen ‘egoïstisch’, ‘gewelddadig’ en ‘hebberig‘. Bij niet-moslims staan ‘fanatiek’ en ‘eerlijk’ op de plaatsen één en twee.