Isis bevechten met wiskunde


Isis

Brussel, Parijs, Orlando, de lijst met steden waar een aanslag is geweest die tenminste in naam door Isis is gepleegd, wordt langer en langer. Nu wordt zelfs Amsterdam bedreigd, vanwege de Gay Pride. Hoe kunnen we het geweld stoppen? De aanslagplegers lijken lukraak toe te slaan, wat bijdraagt aan de terreur die ze zaaien. Maar het antwoord kan uit onverwachte hoek komen: wiskunde.

Een team van de University of Miami (VS) heeft geprobeerd patronen te ontdekken in de aanslagen van de afgelopen tijd. Daartoe bestudeerden ze alle moordpartijen die uit naam van Isis zijn gepleegd van midden 2014 tot midden 2015. Daarbij letten ze vooral op wie de aanslagen pleegden en hoe deze mannen zich voor die tijd gedroegen op sociale netwerken als het Russische Vkontakte.

Wat opviel, was dat de aanslagplegers zich niet in grote groepen ophouden op sociale media, maar dat ze kleine groepjes vormden. Vaak was het één man die begon, meestal met een plechtige belofte van trouw aan God of Isis. Soms begon het met een inzameling van geld voor moslim-slachtoffers van het Israëlisch-Palestijnse conflict.

Rond de eenling vormt zich snel een kleine groep gelijkgestemde mannen, die zich aangesproken voelen door hetzelfde gedachtegoed. Vaak zijn er ook spin-off groepjes, die op gelijke thema’s voortborduren, soms met gedeeltelijk dezelfde leden. Wordt hun account bevroren, bijvoorbeeld door het sociale netwerk zelf, dan duiken ze snel weer op onder andere namen en vormt de oude groep zichzelf opnieuw. Het zijn deze mannen die de aanslagen plegen.

De onderzoekers vonden op Vkontakte ongeveer 200 van dit soort groepjes. Vlak voor een aanslag neemt de activiteit van veel van deze groepjes ineens snel toe, ontdekten de wiskundigen uit Miami. Met die informatie valt een algoritme te ontwikkelen dat autoriteiten kan waarschuwen voor een aanslag.

De grote vraag – die de onderzoekers ook niet kunnen beantwoorden – is wanneer je de leden het beste kunt oppakken. Moet je ze lang hun gang laten gaan, zodat je informatie kunt verzamelen, of is het beter alle initiatief direct de kop in te drukken?

Het onderzoek is verschenen in Science.